Nieuwsbrief kerk II 2019 /'20 (300 wrd.)

Mensen van voorbij…

‘Wie moppert over het weer, die moppert tegen de Heer’ Altijd als ik baal van  somber weer of regen hoor ik het haar zeggen. Tijdens het uitzoeken van de vele oude foto’s in m’n moeders spullen kom ik ook steeds haar beeltenis tegen. Een vrijgezelle tante, bij ons inwonend in mijn kindertijd. Wie zal haar herinneren als ik die oude foto’s weggooi? En zo zijn er zoveel levens…zoveel voorbij. Van een andere ongetrouwde tante is er zelfs een heel vakantiefotoalbum. Wat moet ik er mee? Je wordt steeds met de vergankelijkheid geconfronteerd, zeker benadrukt door de tijd van het jaar. Tijdens de vakantie, nog maar net een paar weken terug dacht ik bij het doen van een klein vaatje in de caravan aan mijn oma. Ze deed de vaat in een keukentje, ongeveer dezelfde afmeting. In feite een stukje afgeschermde koeienstal. In een teiltje met een rood geblokt vaatdoekje waste ze 3 x daags ‘de kommegies’ zoals ze het noemde. Boven dat aanrecht was een raampje. Daardoor zwaaide ze me altijd na…

Steeds meer mensen van voorbij, met ongetwijfeld allemaal de eigen barre tijden. Zo als waar wij nu middenin zitten.  Zou het niet mooi zijn, ter ere van al die generaties vóór ons, in de kerk wekelijks tenminste 1 psalm te zingen?  Die psalmen loodste hen door bange tijden. Zoveel houvast, aangedragen door zoveel generaties! Zo waardevol!

Vandaag wandelden we in omgeving Zaltbommel, waar ik het volgende gedicht tegenkwam. Zie foto. Roos.

 

Lofzangen

                                                                                                                                                      

Baf…met een doffe knal vliegt hij tegen de ruit van de openstaande tuindeur en belandt met pootjes omhoog op het terras. Je zult maar net ontdekt hebben dat je vliegen kan, levensdronken het nestkastje uit en zo abrupt gestopt worden! Waarom moet het leven zo hard zijn? Maar o wonder hij leeft nog, het halsje niet geknakt, er zit beweging in…Voorzichtig duwen we het pimpelmeesje terug in de opening van het bereikbare nestkastje.

Misschien een nachtje slapen en dan overnieuw beginnen?

In en om het huis overal nieuw leven. Hevig gepiep en gescharrel onder de dakpannen. In de klimop is een vink druk met voeren, vangt dikke rupsen uit de buxus. Mooi meegenomen!

De gulzige onstuimigheid van de lente is voorbij. Jammer genoeg worden de juichende bermen gemaaid. De aankomende zomer maakt alles wat dromerig. Karekietjes in het riet… Het kikkerconcert ’s nachts maakt slapen zoveel gemakkelijker. De meidoorn draagt het toverstokje over aan de rozen, die onbeschadigd bleven in het gezapig vallende regentje van afgelopen zondag. Alweer de zoveelste zonder kerkdienst, wat een leegte!  Want hoe fijn ook, online blijft surrogaat. Ik kan niet zeggen wat ik het meeste mis, maar zeker het samen zingen. Troont de Heer niet op onze lofzangen… Wat als deze niet meer klinken? 

De psalmregel ‘Wanneer zal ik U weer loven, in uw huis uw naam verhogen..’ wordt heel actueel.

En dan het nieuwe leven in huis. Want sinds kort is er een nieuw hondje! De puppy voelt zich zonder z’n 12 broertjes en zusjes snel alleen en kan dat  behoorlijk laten horen. Maar wanneer ik loop te zingen wordt hij verbazend rustig. Dus zing ik voor hem. Ook oude psalmen waarmee ik opgegroeid ben. ‘Hijgend hert der jacht ontkomen…’ is zijn favoriet (‘de moede hinde’ kan er niet aan tippen) Het is tenslotte een jachthond…Roos.

 

 

Waakvlam (april 2020)

Wie zou ooit bedenken dat we met een bocht om elkaar heen moeten lopen? De veertig dagentijd werd een tijd van sociale onthouding. De uit zuid Europa overgewaaide 3 zoenen ter begroeting zijn voorgoed ter ziele.

Met onze onbegrensde mogelijkheden drastisch ingedamd worden prioriteiten herzien. Het is confronterend en dwingt tot inventariseren.

Huisgenoten, echtgenoten beseffen hoe zeer ze op elkaar aangewezen zijn.

We weten ons geliefd door God die zielsveel van ons houdt. Maar ook van zijn schepping. ‘Hij zag dat het zeer goed was’ Gen.1:31

‘Gij hebt ons bijna Goddelijk gemaakt’ Ps 8. Bijna jà… maar niet helemaal.

De bomen groeien tot in de hemel, the sky is the limit, ja zelfs die niet. Is de limiet misschien overschreden? We zijn met absoluut niets te stoppen dan wanneer ons eigen hachje geraakt wordt. Wereldwijd. Verwachten we dat de Schepper in oneindige liefde vol ontferming als een doetje toekijkt hoe zijn schepping om zeep geholpen wordt? Wij houden de adem in, terwijl de planeet herademt. Er is onnoemelijk veel lijden, toch lijdt God mee, leed voor ons Goede Vrijdag. Is door lijden heen met ons….

Met een kussentje op het aanrecht, schuin voor het raam, volg ik de verrichtingen van een paartje ijsvogels, die een holletje in de tegenoverliggende slootkant tot nest verkozen hebben. Ik zit1e rang, koffie bij de hand.

Het maakt me eerbiedig, bijna devoot. Juist in deze tijd. Van het gaspitje verspreidt een pan stoofperen de geur van tevredenheid, al is deze bitterzoet. Alles met een verdrietige ondertoon. We leven op de waakvlam, maar de lucht is de afgelopen vijftig jaar niet zo schoon geweest, zo ongerept blauw. Ik zie bloesem in de bomen, koeien in de wei en er zoemt een enorme hommel.

De gastkip die het appelboompje achter onze schuur tot slaapplaats gekozen heeft, laat als dank bijna dagelijks een vers ei achter. Zomaar in het gras of het grind. Een vorm van B&B?. Ik denk: ei…belofte… nieuw leven…Pasen! 

 

                                                                                         

 

 

 

Zo'n gangetje (maart)

Hoe ik hier gekomen ben is me een raadsel, maar ik sta boven op het dak van ons huis, aan de linkerkant van de dakkapel. Doodsbang schreeuw ik naar beneden, waar iedereen druk doende vrolijk heen en weer loopt… Niemand die me hoort of ziet. Trillend van vermoeidheid en hoogtevrees sta ik hier al een tijdje en weet echt niet hoe eraf te komen. Ten langen leste kijkt mn oudste zoon omhoog en zet een ladder neer, om vervolgens te verdwijnen. Maar die ladder staat tegen de andere kant van de dakkapel en is onbereikbaar…

Dan.. ineens word ik wakker en realiseer me heerlijk veilig in bed te liggen.Het gevolg van zo’n droom is dat je super tevreden wordt, ik draai nog even om! Af en toe is een nare ervaring nodig om tevreden te zijn. Een maand of wat geleden was ik het van het ene moment op het andere hartstikke beroerd. Geveld door een in het verpleeghuis van mijn moeder rondwarend virus; Nee niet Corona.. Op zo’n moment kan je bijna niet geloven dat het spoedig over zal zijn. Volkomen uitgeschakeld in bed, het leven van een afstand, als gezien vanuit een drone. Toch ging het een dag erna, op het vaatdoekgevoel na, een stuk beter. Op m’n gemakje liep ik in de polder, overspoeld door dankbaarheid.

Best wel vreemd, als alles redelijk goed gaat ‘zo’n gangetje’ noemen we dat, vinden we het heel normaal, staan er zelden bij stil. Alleen bij ziekte en tegenspoed zien we pas hoe bijzonder ‘normaal’ is!

En dan vandaag: Zomaar heel de dag zon! Na alle oeverloze regendagen. Zelfs de maan was ik een tijdje kwijt! Maar ook die is weer gespot, niet weggewaaid.  Het wordt tijd om knipperend tegen het zonlicht onze doorweekte molshoop uit te komen! Roos.

Wederom opgericht januari 2020

 Kijk eens naar buiten voor je naar bed gaat. Ik kijk altijd even naar de lucht, de maan en sterren. En naar de grote boom waarvan de takken zo mooi uitkomen tegen het subtiele licht van de straatlantaarn. Ik denk aan de uilen die nu in de weer zijn, maar overdag in de coniferenhaag huizen op het landje aan de overkant. Heerlijk zo’n ongerept stukje grond met bomen en struiken. Volgens de laatste inzichten ook nog eens een perfecte CO2 buffer!  Voedsel genoeg, het stikt van de muizen, gezien de holletjes in de grond. Blijkbaar ook ontdekt door de drie buizerds die de volgende dag met bijna koninklijk elan op de westenwind aan komen zeilen. Al miauwend. Dat pik ik weer mooi even mee! ‘Kerstspullen opruimen’ Bijna dagelijks vertel ik de eik halverwege de polder met enkele woorden wat me ‘t meest bezig houd…

Daar ligt hij dan, ontdaan van alle glorie-  met kluit welleswaar- ontzield te sterven in de miezerregen. Was het nog maar 30 jaar terug, met ieder dorp de eigen kerstboomverbranding. Kreeg zo’n boom tenminste nog kans op een martelaar status. Heerlijk die grote vuren, spannend en lekker warm. (even niet aan Australië denken) Legaal en onder toezicht konden kinderen kennismaken met avontuur, sensatie en gevaar. Het vermindert drang naar vandalisme, die soms puur uit verveling ontstaat. Moet alles wat spannend is maar verboden worden? Wie heeft nu zin in een voorgekauwd leven?

Vuurtje stoken leerden wij van huis uit. Het huisvuil ging op een hoop, een flinke scheut olie erover: ‘Kom jongens we gaan fik stoken!’ Ik weet niet wie er meer genoot, moeder of wij… Soms was leven op een boerderij in nergenshuize reuze leuk. Maar terug naar de kerstboom. Deze mag nog even blijven. Krijgt een nieuwe functie. wordt wederom opgericht. Buiten. Opnieuw versierd, ditmaal met pindaslingers, nootjes en vetbollen. Voor de vogelen des hemels.. Roos.

 

 

 

Nochtans dec. 2019

Wat een heerlijk woord! Ouderwets ja, maar met een opbeurend ‘en tòch’ gehalte.

Zoals die vogel, regelmatig zie ik hem zitten op de hoogste of het uiterste puntje van een boomtak. Het is geen kauwtje, maar wat dan? Toch maar eens een verrekijker mee nemen. Nee hij zingt niet, het is niet ideaal, geen lente of zo. Maar op dit plekje vangt hij wel elk zonnestraaltje en ziet het meest.

 Inmiddels bijna geen blaadje meer aan de bomen. Weg prachtige herfstkleuren waarin zonnestralen hun mysterieus spel spelen. Alleen nog kale boomtakken als loodgrijze potloodstrepen tegen een grauwe lucht.Bij uitstek de tijd om je te koesteren bij Kerstlichtjes die het vuurtje van binnen reflecteren. En om schoon schip te maken met alles wat daarvan afhoudt. Al kun je hierin helaas pijnlijk hard tegen grenzen aan lopen.

Voor de zoveelste keer vertel ik mijn koude rug, die maar blijf seinen: ‘sneeuw in de lucht.. sneeuw in de lucht…’ dat het toch echt alleen gaat regenen. De associatie met verlies en verdriet dat het licht blokkeert, maakt deze donkere dagen jaarlijks  bitterzoet.

Welbeschouwd gaat alles nu dood. Vitamine C en Echinacea ten spijt loop ik bovendien standaard te snotteren. Bij zonloze dagen lijkt het kippenvel naar binnen te trekken om te nestelen op de ziel. Het dagelijks bezoek aan de verpleegafdeling is meestal ook weinig opwekkend. Door1000 draadjes aan m’n moeder verbonden, word ik van weeromstuit hartstikke warrig. Maar vandaag zingt ze. Boven de CD uit met verbazend volume ‘Groter dan de helper is de nood toch niet…!’ En dat neem ik dan maar ter harte. ‘Uitkijken hoor’ roept ze me bij het weggaan nog na. Net als vroeger.. 

Zelfs regendruppels krijgen kleur als de zon zich spiegelt.

 Roos.

 

 

 

Wordingstocht november 2019

‘Het leven is een wordingstocht naar hoe we zijn bedoeld.’

Natuurlijk is er geen tijd voor een wandeling en in dat rondje polder zouden net de belangrijkste ramen mooi schoon zijn…Maar zou ik dan op bovenstaande zin gekomen zijn? Even banjeren is een must,  soort van bedevaart naar de eik halverwege. We zijn net anderhalve dag terug van een intensieve rondreis in Israël en alles moet nog settelen van binnen. Het voelt zo verkeerd om direct te gaan rennen en vliegen. Maar uiteraard moeten de boodschappen gehaald en die tandartsafspraak stond er ook. De reis vanuit Tel Aviv, ging met Oudtestamentisch decor zuidelijk de woestijn door, waarna noordwaarts het N.T. in. Alles beschrijven in slechts 300 woorden is onmogelijk. Ik beperk me tot het gevoel van diepgaand begrip voor dit land met al zijn complexiteit en naar ons idee wat krampachtig beleid met betrekking tot veiligheid. Ruth onze gids, bleek een gouden gids. Door haar grote Bijbelkennis wist ze het O.T. op zulk een boeiende wijze tot leven te brengen, dat we Abraham met wapperde baard op zijn kameel zagen zitten.  

Voor de tweede keer in mijn leven was ik bij de Klaagmuur getuige van het Godsfeest aan het begin van sjabbat. Door sommigen sceptisch bekeken: ‘Is dit wel echt?’ Maar wat zegt dit over ons lauwe zelf? 

 Israël is onze oudste broer- zoals benadrukt werd in het bevlogen betoog van de jongeman, een bijna afgestuurde tandarts- die samen met zijn gezin de stichting Hineni leidt. Hetgeen behelst ondermeer een gaarkeuken voor de allerarmsten in centrum Jeruzalem, waar we een eenvoudig sjabbatsmaal gebruikten. Christenen en Joden zijn van hetzelfde huis. En worden we dan niet geacht ‘als broeders samen te wonen?’

Al lopende ging het volgende door me heen: Stel je nu eens voor- en hoeveel zou dit zeggen van Gods onnavolgbare humor- dat hun langverwachte Messias en ‘onze’ terugverwachte,  uiteindelijk Dezelfde blijkt te zijn? Roos.

 

Martha op de fiets okt 2019

Op mijn zesde kreeg ik m’n eerste fiets. Met houten klossen op de trappers om erbij te kunnen. Geen sprake dat ik met m’n voeten bij de grond kon. Duidelijk op de groei gekocht. Daarvoor nooit een fiets met zijwieltjes gehad. Tijd om achter me aan te rennen was er nauwelijks, er werd kennelijk van me verwacht er zo mee weg te fietsen! Twee keer per week zo’n half uurtje fietsen naar oma naast mijn moeder met broertje achterop (hij wel), moest ik het leren. De keren dat ik viel zijn talloos en door angst werd ik zo moe dat we onderweg moesten stoppen. Waarbij zelfs weleens overgeven! Naar school liever de 20 minuten gelopen, dan met die rot fiets.

Op m’n negende verhuisden we. Vanuit een stadsbuitenwijk naar een nieuw gebouwde boerderij in de middle of nowhere. Naar school was 3 kwartier fietsen. De weg nauwelijks verhard met bagger en kuilen. Vele littekens op mijn benen verhalen een rijke valcarrière.

Naar de middelbare school ging weinig beter. Geen groep kinderen om mee te fietsen. Voor m’n gevoel altijd slecht weer met door plassen langsrazende automobilisten.. 

Het fietsen is- behalve met een kindje voorop en windstil weer - altijd een worsteling gebleven.

Buiten fervente fietshater ben ik een echte Martha.  Altijd bezig met verplichtingen. Compleet met geklaag achteraf: ‘Ik wilde graag anders… maar nu is de tijd op’ Als tobben en piekeren in gradaties uitgedrukt kon, behoorde ik bij de top. Veelal gevecht met negativiteit.  Christen zijn tilt me op… Wat dat met fietsen te maken heeft? Onlangs reed ik- door leeftijd gerechtvaardigd- op mijn aangeschafte elektrische fiets. En…ging fluitend tegen de wind in! Christen zijn is leven met de opwaartse kracht van Gods vreugde.

Zoals fietsen op een elektrische fiets. Aan de buitenkant weinig anders, je moet ook trappen. Maar desgevraagd met ondersteuning. En dat maakt al het verschil van de wereld…Roos.

Schrijf een reactie: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle reacties

Nieuwe reacties

05.11 | 23:24

Mooi, dat schrijven over buiten en wandelen !

...
05.11 | 22:26

Super knap weer. Beetje jaloers dat je het zo mooi kan beschrijven. Echt een gave

...
12.10 | 09:58

Mooi verhaal, zeg! Ook in de herfst van je leven is er nog meer dan genoeg!

...
11.10 | 21:21

Weer zo mooi beschreven. Geniet er zo van . Voel helemaal met je mee.

...
Je vindt deze pagina leuk
Hallo!
Probeer uw eigen website te maken, net als ik! Het is makkelijk en u kunt het gratis proberen
ADVERTENTIE