Nieuwsbrief kerk II 2019 /'20 (300 wrd.)

Zo'n gangetje (maart)

Hoe ik hier gekomen ben is me een raadsel, maar ik sta boven op het dak van ons huis, aan de linkerkant van de dakkapel. Doodsbang schreeuw ik naar beneden, waar iedereen druk doende vrolijk heen en weer loopt… Niemand die me hoort of ziet. Trillend van vermoeidheid en hoogtevrees sta ik hier al een tijdje en weet echt niet hoe eraf te komen. Ten langen leste kijkt mn oudste zoon omhoog en zet een ladder neer, om vervolgens te verdwijnen. Maar die ladder staat tegen de andere kant van de dakkapel en is onbereikbaar…

Dan.. ineens word ik wakker en realiseer me heerlijk veilig in bed te liggen.Het gevolg van zo’n droom is dat je super tevreden wordt, ik draai nog even om! Af en toe is een nare ervaring nodig om tevreden te zijn. Een maand of wat geleden was ik het van het ene moment op het andere hartstikke beroerd. Geveld door een in het verpleeghuis van mijn moeder rondwarend virus; Nee niet Corona.. Op zo’n moment kan je bijna niet geloven dat het spoedig over zal zijn. Volkomen uitgeschakeld in bed, het leven van een afstand, als gezien vanuit een drone. Toch ging het een dag erna, op het vaatdoekgevoel na, een stuk beter. Op m’n gemakje liep ik in de polder, overspoeld door dankbaarheid.

Best wel vreemd, als alles redelijk goed gaat ‘zo’n gangetje’ noemen we dat, vinden we het heel normaal, staan er zelden bij stil. Alleen bij ziekte en tegenspoed zien we pas hoe bijzonder ‘normaal’ is!

En dan vandaag: Zomaar heel de dag zon! Na alle oeverloze regendagen. Zelfs de maan was ik een tijdje kwijt! Maar ook die is weer gespot, niet weggewaaid.  Het wordt tijd om knipperend tegen het zonlicht onze doorweekte molshoop uit te komen! Roos.

Wederom opgericht januari 2020

 Kijk eens naar buiten voor je naar bed gaat. Ik kijk altijd even naar de lucht, de maan en sterren. En naar de grote boom waarvan de takken zo mooi uitkomen tegen het subtiele licht van de straatlantaarn. Ik denk aan de uilen die nu in de weer zijn, maar overdag in de coniferenhaag huizen op het landje aan de overkant. Heerlijk zo’n ongerept stukje grond met bomen en struiken. Volgens de laatste inzichten ook nog eens een perfecte CO2 buffer!  Voedsel genoeg, het stikt van de muizen, gezien de holletjes in de grond. Blijkbaar ook ontdekt door de drie buizerds die de volgende dag met bijna koninklijk elan op de westenwind aan komen zeilen. Al miauwend. Dat pik ik weer mooi even mee! ‘Kerstspullen opruimen’ Bijna dagelijks vertel ik de eik halverwege de polder met enkele woorden wat me ‘t meest bezig houd…

Daar ligt hij dan, ontdaan van alle glorie-  met kluit welleswaar- ontzield te sterven in de miezerregen. Was het nog maar 30 jaar terug, met ieder dorp de eigen kerstboomverbranding. Kreeg zo’n boom tenminste nog kans op een martelaar status. Heerlijk die grote vuren, spannend en lekker warm. (even niet aan Australië denken) Legaal en onder toezicht konden kinderen kennismaken met avontuur, sensatie en gevaar. Het vermindert drang naar vandalisme, die soms puur uit verveling ontstaat. Moet alles wat spannend is maar verboden worden? Wie heeft nu zin in een voorgekauwd leven?

Vuurtje stoken leerden wij van huis uit. Het huisvuil ging op een hoop, een flinke scheut olie erover: ‘Kom jongens we gaan fik stoken!’ Ik weet niet wie er meer genoot, moeder of wij… Soms was leven op een boerderij in nergenshuize reuze leuk. Maar terug naar de kerstboom. Deze mag nog even blijven. Krijgt een nieuwe functie. wordt wederom opgericht. Buiten. Opnieuw versierd, ditmaal met pindaslingers, nootjes en vetbollen. Voor de vogelen des hemels.. Roos.

 

 

 

Nochtans dec. 2019

Wat een heerlijk woord! Ouderwets ja, maar met een opbeurend ‘en tòch’ gehalte.

Zoals die vogel, regelmatig zie ik hem zitten op de hoogste of het uiterste puntje van een boomtak. Het is geen kauwtje, maar wat dan? Toch maar eens een verrekijker mee nemen. Nee hij zingt niet, het is niet ideaal, geen lente of zo. Maar op dit plekje vangt hij wel elk zonnestraaltje en ziet het meest.

 Inmiddels bijna geen blaadje meer aan de bomen. Weg prachtige herfstkleuren waarin zonnestralen hun mysterieus spel spelen. Alleen nog kale boomtakken als loodgrijze potloodstrepen tegen een grauwe lucht.Bij uitstek de tijd om je te koesteren bij Kerstlichtjes die het vuurtje van binnen reflecteren. En om schoon schip te maken met alles wat daarvan afhoudt. Al kun je hierin helaas pijnlijk hard tegen grenzen aan lopen.

Voor de zoveelste keer vertel ik mijn koude rug, die maar blijf seinen: ‘sneeuw in de lucht.. sneeuw in de lucht…’ dat het toch echt alleen gaat regenen. De associatie met verlies en verdriet dat het licht blokkeert, maakt deze donkere dagen jaarlijks  bitterzoet.

Welbeschouwd gaat alles nu dood. Vitamine C en Echinacea ten spijt loop ik bovendien standaard te snotteren. Bij zonloze dagen lijkt het kippenvel naar binnen te trekken om te nestelen op de ziel. Het dagelijks bezoek aan de verpleegafdeling is meestal ook weinig opwekkend. Door1000 draadjes aan m’n moeder verbonden, word ik van weeromstuit hartstikke warrig. Maar vandaag zingt ze. Boven de CD uit met verbazend volume ‘Groter dan de helper is de nood toch niet…!’ En dat neem ik dan maar ter harte. ‘Uitkijken hoor’ roept ze me bij het weggaan nog na. Net als vroeger.. 

Zelfs regendruppels krijgen kleur als de zon zich spiegelt.

 Roos.

 

 

 

Wordingstocht november 2019

‘Het leven is een wordingstocht naar hoe we zijn bedoeld.’

Natuurlijk is er geen tijd voor een wandeling en in dat rondje polder zouden net de belangrijkste ramen mooi schoon zijn…Maar zou ik dan op bovenstaande zin gekomen zijn? Even banjeren is een must,  soort van bedevaart naar de eik halverwege. We zijn net anderhalve dag terug van een intensieve rondreis in Israël en alles moet nog settelen van binnen. Het voelt zo verkeerd om direct te gaan rennen en vliegen. Maar uiteraard moeten de boodschappen gehaald en die tandartsafspraak stond er ook. De reis vanuit Tel Aviv, ging met Oudtestamentisch decor zuidelijk de woestijn door, waarna noordwaarts het N.T. in. Alles beschrijven in slechts 300 woorden is onmogelijk. Ik beperk me tot het gevoel van diepgaand begrip voor dit land met al zijn complexiteit en naar ons idee wat krampachtig beleid met betrekking tot veiligheid. Ruth onze gids, bleek een gouden gids. Door haar grote Bijbelkennis wist ze het O.T. op zulk een boeiende wijze tot leven te brengen, dat we Abraham met wapperde baard op zijn kameel zagen zitten.  

Voor de tweede keer in mijn leven was ik bij de Klaagmuur getuige van het Godsfeest aan het begin van sjabbat. Door sommigen sceptisch bekeken: ‘Is dit wel echt?’ Maar wat zegt dit over ons lauwe zelf? 

 Israël is onze oudste broer- zoals benadrukt werd in het bevlogen betoog van de jongeman, een bijna afgestuurde tandarts- die samen met zijn gezin de stichting Hineni leidt. Hetgeen behelst ondermeer een gaarkeuken voor de allerarmsten in centrum Jeruzalem, waar we een eenvoudig sjabbatsmaal gebruikten. Christenen en Joden zijn van hetzelfde huis. En worden we dan niet geacht ‘als broeders samen te wonen?’

Al lopende ging het volgende door me heen: Stel je nu eens voor- en hoeveel zou dit zeggen van Gods onnavolgbare humor- dat hun langverwachte Messias en ‘onze’ terugverwachte,  uiteindelijk Dezelfde blijkt te zijn? Roos.

 

Martha op de fiets okt 2019

Op mijn zesde kreeg ik m’n eerste fiets. Met houten klossen op de trappers om erbij te kunnen. Geen sprake dat ik met m’n voeten bij de grond kon. Duidelijk op de groei gekocht. Daarvoor nooit een fiets met zijwieltjes gehad. Tijd om achter me aan te rennen was er nauwelijks, er werd kennelijk van me verwacht er zo mee weg te fietsen! Twee keer per week zo’n half uurtje fietsen naar oma naast mijn moeder met broertje achterop (hij wel), moest ik het leren. De keren dat ik viel zijn talloos en door angst werd ik zo moe dat we onderweg moesten stoppen. Waarbij zelfs weleens overgeven! Naar school liever de 20 minuten gelopen, dan met die rot fiets.

Op m’n negende verhuisden we. Vanuit een stadsbuitenwijk naar een nieuw gebouwde boerderij in de middle of nowhere. Naar school was 3 kwartier fietsen. De weg nauwelijks verhard met bagger en kuilen. Vele littekens op mijn benen verhalen een rijke valcarrière.

Naar de middelbare school ging weinig beter. Geen groep kinderen om mee te fietsen. Voor m’n gevoel altijd slecht weer met door plassen langsrazende automobilisten.. 

Het fietsen is- behalve met een kindje voorop en windstil weer - altijd een worsteling gebleven.

Buiten fervente fietshater ben ik een echte Martha.  Altijd bezig met verplichtingen. Compleet met geklaag achteraf: ‘Ik wilde graag anders… maar nu is de tijd op’ Als tobben en piekeren in gradaties uitgedrukt kon, behoorde ik bij de top. Veelal gevecht met negativiteit.  Christen zijn tilt me op… Wat dat met fietsen te maken heeft? Onlangs reed ik- door leeftijd gerechtvaardigd- op mijn aangeschafte elektrische fiets. En…ging fluitend tegen de wind in! Christen zijn is leven met de opwaartse kracht van Gods vreugde.

Zoals fietsen op een elektrische fiets. Aan de buitenkant weinig anders, je moet ook trappen. Maar desgevraagd met ondersteuning. En dat maakt al het verschil van de wereld…Roos.

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

27.03 | 22:50

De wereld lijkt de adem in te houden nu, maar de natuur ontspruit.
Dank voor je verhaal!

...
24.03 | 22:17

Hoi Arianne wat een mooi verhaal heb je geschreven. Het heeft wel een verdrietige ondertoon, wat wil je in deze barre virus tijd. Blijf lekker doorgaan hiermee

...
24.03 | 16:53

Ja een onzekere tijd. Maar goed verwoord en blijven genieten van de ontluikende lente

...
23.03 | 21:45

Mooi geschreven heel veel sterkte en kracht de komende tijd😘

...
Je vindt deze pagina leuk
Hallo!
Probeer uw eigen website te maken, net als ik! Het is makkelijk en u kunt het gratis proberen
ADVERTENTIE